De "Groote Vierboete"

    

De vuurtoren het dichts bij de stad de “Groote Vierboete” was gebouwd in steen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De eerste twee “vierboetes” werden in 1284 aan de westelijke oever van de IJzermonding gebouwd.

De “Groote Vierboete” werd gebouwd op de samenloop van twee kreken, nl het Vloedgat en de kreek van Lombardsijde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vierboete kwam te staan op het einde van een dijk vanaf stad zee.

Binnenvarende schepen bevonden zich in de goede vaargeul wanneer ze de vierboete en de St. Laureinstoren in een lijn hadden.

In 1383 werden de vuurtorens door de Engelsen erg beschadigd.

 

In de periode 1389 – 1391 functioneerde de vuurtoren maar periodes.

 

In 1391 waren beide vuurtorens dagelijks terug in werking.

 

Verscheidene vuurtorens en signaalmasten zijn geplaatst in de periode 1391 – 1830.

 

               In 1858 werd werk gemaakt van de restauratie van de vierboete.

In 1862 kwam op de torenspits van de vierboete een olielamp die vanaf 1 januari 1863 operationeel was.

De vierboete werd op 18 oktober  1914 door het Belgisch leger opgeblazen. De Belgische  genietroepen oordeelden dat deze constructie ingeplant zo dicht bij de stad een richtpunt kon zijn voor de Duitse artillerie.

De resten van de blootgelegde “Grote Vierboete”.

 

Veel plannen zijn gesmeed om deze opnieuw te bouwen, maar tot heden .....

De resten van de palen getuigen van de estacade.

Deze palen zijn in 2008 verwijderd voor de uitbreiding van de jachthaven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

IJzermonding

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwpoort Uw Stad  nr.3  1996

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                 uitgever van de folder onbekend

 

Onder een grasveld en een sintelweg op de Kromme Hoekin de haven van Nieuwpoort hebben in april 1996 archeologen van het instituut van het Archeologisch Patrimonium van de Vlaamse gemeenschap (IAP) onder leiding van Marc Dewilde de fundamenten blootgelegd van een uniek middeleeuws monument, een 30 meter -of 4 verdiepingen hoge vuurtoren of vierboete. Het metselwerk in typische gele(kust)baksteen was zeer goed bewaard en we vermoeden dat de basis nog meer dan 2 meter dieper in de grond steekt. Aan de resten van de bovenbouw was duidelijk te merken waar in 19I4 dynamietladingen werden aangebracht om de toren op te blazen. De zeskantige toren had een diameter van 8 meter en zou op een onderbouw kunnen staan uit massief metselwerk.

 

Het betreft hier de ruïnes van een oude bakstenen vuurtoren die bij het begin van het IJzeroffensief op 18 oktober 19I4 werd gedynamiteerd. De Belgische genie oordeelde dat dit opvallende bouwwerk een te gemakkelijk richtpunt was voor de oprukkende Duitse artillerie en besloot het daarop -Ietterlijk -van de kaart te vegen. Algemeen werd aangenomen dat na de oorlogsverwoesting geen sporen meer overbleven van deze trouwe bewaker van de IJzermonding en de haven van Nieuwpoort Even situeren voor de zeilers: de Kromme Hoek ligt op het zuidelijk uiteinde van het schiereiland -of 'het eilandje', zoals de Nieuwpoortenaren zeggen dat wordt gevormd door de zgn. Y -splitsing, met in westelijke richting de vlotkom van jachtclub KYCN en oostwaarts de VVW-jachthaven. 

In ons land was de Vierboete de oudste vertegenwoordiger van de maritieme architectuur uit de Middeleeuwen. De naam vormt een verbastering uit het Frans, waar bouter Ie feu betekent: vuur stoken. Het bouwwerk werd opgericht eind de 13de eeuw (omstreeks 1280) in een periode waarin de Hanze-koggen maritieme kontakten aanknoopten met de steden van Vlaanderen. Het handelsnetwerk van de Duitse Hanze strekte zich uit van de Atlantische Oceaan tot in de Baltische Zee, in een soort Europese Unie avant la lettre. In de ene richting werden vooral wijn, zout en Vlaams laken verscheept, in de andere vis, hout, bontwerk, graan en asse, pek en teer. De handelaars uit het Duitse noorden -de Hanseaten werden hier 'Oosterlingen' genoemd -hadden dus best belangstelling voor kontakten met het welvarende en meer centraal gelegen Vlaanderen, maar dan moesten we hier bij ons er wel voor zorgen dat hun schepen zonder al teveel problemen doorheen al die Vlaamse zandbanken de weg naar een veilige haven vonden. Zo werd de Vierboete van Nieuwpoort een van de laatste getuigen van de middeleeuwse kustbebakening ten behoeve van de internationale handelskontakten over zee.

 

De plaats waar de toren stond, is niet lukraak gekozen. Hij werd gebouwd op de samenloop van twee kreken, die resp. vanuit het westen (het Vloedgat) en het oosten (de Kreek van Lombardie) de havengeul van Nieuwpoort met de zee in verbinding stelden. Bovendien kwam het bouwwerk te staan op het einde van een dijk, die zich vanaf de stad richting zee uitstrekte. Mogelijk betrof deze dijk een van de eerste waterwerken bij de indamming van het IJzer-estuariurn. Gevolg was in elk geval dat, zeiltechnisch gezien, de schepen bijna steeds met ruime wind de haven konden aanlopen én uitvaren. Met de overheersende ZW- wind kon een vaartuig doorheen het Vloedgat de haven aanlopen en later via de Lombardie-kreek weer uitzeilen. In de zomer met zijn meer dominante NO-winden kon het maneuver, opnieuw met ruime wind (nodig voor de schepen met dwarsscheepse ra's, die toen de dienst uitmaakten), in omgekeerde richting worden uitgevoerd.

 

Het leek wel een ideale situatie, vooral daar de haven van Nieuwpoort zelf tegen de zeegang beschermd lag achter een soort schorreneiland. In de loop van de 14de eeuw hebben zich blijkbaar veranderingen voorgedaan in deze situatie: deels door de natuurlijke krachten van wind en getijwerking -stormen en de gevolgen daarvan konden de mensen met hun beperkte technische middelen in die dagen alleen maar ondergaan, vaak zochten waterlopen daarna op eigen houtje een andere loop –maar wellicht ook door een gebrek aan onderhoud en planning vanwege de overheid. Dit was namelijk een woelige periode, waarin het land werd geteisterd door wapengekletter en krijgsgewoel.

 

We denken dan aan 1302, maar vergeten gemakshalve de vele andere veldslagen en belegeringen, waar de Vlamingen vaak samen met franstalige bondgenoten aan het kortste eind trokken. Zo werd in 1383 Nieuwpoort grondig verwoest door de Engelsen, bijgestaan door een afvaardiging uil.. Gent.

Als gevolg van een en ander lijkt het Vloedgat vanaf begin de 15de eeuw niet langer bevaarbaar te zijn geweest, waardoor een andere geul diende gezocht. In 1414 werd naast deze geul (die NW gericht was) en dichter bij het open water een nieuwe vierboete opgericht, de Kleine Vierboete genaamd. Deze werd gedeeltelijk opgericht met stenen van een vierboete die vervallen was aan de rand van het Vloedgat bij het vissersdorpje Ter Yde, ter hoogte van Oostduinkerke - recyclage avant la lettre dus. Zij werd uitgebouwd tot een kleine versterking en tijdelijk zelfs uitgerust met kanonnen (waardoor zij op het eerste gezicht indrukwekkender lijkt dan de oudere Grote Vierboete).

 

Het alignement (dit is een lichtenlijn waarop schepen zich kunnen oriënteren) van de Kleine met de Grote Vierboete gaf voor  de scheepvaart de richting van de nieuwe havengeul naar Nieuwpoort aan. Een bijkomend, maar toch wel bijzonder merkwaardig gegeven is dat we proefondervindelijk konden vaststellen dat de toren van de Sint-I..aurentiuskerk te Nieuwpoort - aanvankelijk ruim 40 meter hoog, nu nog een ruïne van goed 10 meter - op dezelfde lijn is gesitueerd en dus, samen met de beide vuurtorens, de richting van de havengeul aanwijst (Die lichtenlijn loopt weliswaar iets minder recht op de hiernaast afgedrukte schets uit eind de 17de eeuw, maar die is dan ook niet echt 'planmatig. opgesteld.)

Tussen 1420 en 1450 werd vervolgens de kreek van Lombardie afgedamd. teneinde meer scheurwater te verkrijgen uit de Ijzer en zodoende de havengeul in noordwestelijke richting open en vrij te houden. Deze richting was weliswaar niet steeds gemakkelijk te bezeilen, maar leek voor de toenmalige scheepvaart hoe dan ook de minst slechte oplossing, rekening houdend met de overheersende ZW- en NO-winden. Het is deze

geul die tot op heden gebruikt is. We mogen rustig stellen dat het te danken is aan het waterbouwkundig inzicht van de 'ingenieurs' vantoen dat de stad Nieuwpoort in de loop der eeuwen niet verder van de zee is komen te liggen, zoals bv. Brugge en Sluis wel het geval was.

 

Terzijde, de 15de eeuw is het tijdperk van de Bourgondische hertogen, bekend om hun fastueuze levensstijl. Zulke luxe werd echter gedragen door een betrekkelijk vooruitstrevend ekonomisch beleid, waarvan de haven van Nieuwpoort en het binnenlands waterwegennet dat hierop aansloot, de gunstige weerslag ondervonden. Nieuwpoort, voor het eerst (als handelsnederzetting) vermeld in een oorkonde van 1150, ontving I3 jaar later zijn stadskeure en werd omgeven met wallen (weer afgebroken in 1853). De stad bereikte haar hoogste bloei in de 15de eeuw. Ze gold niet enkel als voorhaven van (de lakenstad) Ieper, maar bood tevens toegang tot Zuid-Vlaanderen en Noord-frankrijk (dat toen tot hetzelfde graafschap behoorde). Als centrum van een ingewikkeld watering-systeem en wegens haar strategische ligging werd ze herhaaldelijk belegerd en geheel of gedeeltelijk verwoest Zo zag(en) onze vierboete(s) karvelen, galjoenen en galeien van tal van zeevarende naties voorbijzeilen. In 1588 ankerde de Spaanse Armada er voor de Vlaamse kust Zomer 1600 lagen stad en Grote Vierboete midden in het krijgsgewoel van de zgn. Slag bij Nieuwpoort, hoogtepunt van een militaire expeditie die prins Maurits van Nassau achter de Spaanse linies ondernam, o.m. om het beleg van Oostende door aartshertog Albrecht te breken. De Staatsen (= protestanten) haalden het niet zonder moeite, maar hadden zich te ver van hun basis gewaagd, waarna zij zich ijlings terugtrokken over de Schelde in Zeeland

 

Enkele jaren later vormde onze Vierboete een betrouwbaar richtbaken voor de expedities van Duinkerkse, Nieuwpoortse en Oostendse kapers. In 1793 deelde zij van de brokken tijdens de franse revolutie en in 1822 bij de naweeën daarvan. En zij maakte in de 19de eeuw de overgang mee van zeil- naar stoomvaart Aanvankelijk werd riet gestookt, waarvan de vlammen doorheen vensters uitstraalden in drie verschillende richtingen. Al naargelang de vaargeulen door natuurgeweld werden verlegd, kon het gebeuren dat de haarden op de bovenverdieping dienden verplaatst of verbouwd. Alleen de (zuidelijke) landzijde bleef in het donker, Later kwam een petroleumlicht in de plaats. In 1860 ontvingen ze in Nieuwpoort op die manier een 'afdankertje' uit Oostende, nadat daar een nieuw licht was geïnstalleerd.

Voor het maritiem patrimonium in Vlaanderen en in Europa betekent de herontdekking van de Nieuwpoortse Vierboete een belangrijk evenement. Naast zijn technologische (als middeleeuwse hoogbouw in de schorren) en kultuur-historische waarde, kan dit monument tevens symbool staan voor een groot ekonomisch verleden, dat tot op heden vooral met de stad Brugge wordt geassocieerd. Het historisch toeval heeft de fundamenten van de Vierboete bewaard op een site, waar tot nu toe gelukkig niet werd gebouwd. De jongste jaren groeide hier echter wel een sluimerende bedreiging. Burgemeester Roland Crabbe van Nieuwpoort en zijn schepencollege zijn zich terdege bewust van de historische waarde van de resten van deze Vierboete. Ze hebben hun volledige steun toegezegd aan de verschillende groepen die het monument in eer willen herstellen, het voor het nageslacht in een gepaste omkadering bewaren en aktief in het licht van de publieke belangstelling brengen. In een haven die zich onder de naam Novus Porlus als grootsre moderne jachthaven van Europa wil aandienen, zou het passend zijn dat een uniek overblijfsel van de middeleeuwse bebakening met respekt wordt behandeld.