Werking van het vuurtorenlicht

    

De lichtbron van een vuurtoren is een elektrische lamp. De lichtstralen van een elektrische lamp zijn verspeid. Voor een doeltreffende werking van een vuurtoren heeft men een geconcentreerd licht nodig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om stralen te concentreren kan men gebruik maken van een convexe lens. Een groot probleem is dat voor het bekomen van de nodige stralenconcentratie de lens te groot en te dik is voor praktische uitvoering.

Een nieuwe ontwikkeling van de lenzen op een vuurtoren zoals wij die nu kennen was de uitvinding van de heer Augustin Fresnel: de Fresnel-lens (een zogenaamde getrapte lens die uit vele afzonderlijke vlakjes bestaat in plaats van één dikke lens). Met behulp van die lens kon het licht nog verder worden geconcentreerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu heeft elke vuurtoren een eigen lichtkleur en "karakter". Een licht karakter is een patroon waarin het rondschijnend licht wordt onderbroken door donkere perioden. Met onderscheidt schitterlicht (langer donker dan licht) en onderbroken licht (langer licht dan donker).
Door meerdere lenzen rond een lichtbron te plaatsen kan men meerdere lichtbundels vormen. Wanneer je dit lenzenstelsel vervolgens laat draaien ontstaat het zo kenmerkende beeld van de vanuit de vuurtoren rondzwaaiende lichtbundels.
Fresnel-lens

1 doorsnede van een Fresnel-lens
2 doorsnede van een convexe lens van zelfde waarde

weergave van het traject van de stralen in een Frenel-lens

De vuurtoren van Nieuwpoort kent twee schitteringen.

Hierdoor bestaat de Fresnel-lens uit twee lenzen en een spiegel geplaatst in een patroon.

Een voorstelling per seconde van de lichtbundels ten opzichte van waarnemer.
De lens maakt 1 omwenteling in 14 seconden.
aandrijfmotor lichtkoepel
binnenin de Fresnel-lens
buitenkant Fresnel-lens